Goeienavond beste lezer, Enkele maanden geleden belandde het gesprek tijdens een café-avond op het begrip ‘avontuur’. Meer bepaald op de vraag of we onszelf eigenlijk als avontuurlijke types zagen. Voor we het goed en wel beseften, waren mijn maten en ik verwikkeld in een stevige discussie over wat nu precies als avontuurlijk telt. De ene vond op je eentje naar een festival trekken al behoorlijk ‘living on the edge’, waardoor de andere net niet rollend van het lachen op de vloer lag. Zelf zoek ik het liefst niet te ver. Een solotrip naar een of ander exotisch land staat op de laagste verdieping van mijn bucketlist. Ook al omdat mijn oriëntatievermogen zowat het midden houdt tussen dat van een goudvis en een verdwaalde postduif. Telkens als ik op mijn koersfiets spring voor een tochtje door de Vlaamse Ardennen, eindigt het er geheid mee dat ik naar de dichtstbijzijnde kerktoren moet speuren, in de hoop daar een pijl richting Oudenaarde of Gent te vinden (Google Maps weiger ik halsstarrig te gebruiken). Maar na wat Celine Cremer is overkomen, ben ik er niet rouwig om dat mijn grootste avonturen zich tussen Erps-Kwerps en Oostrozebeke afspelen. |